Dynamisch morgenland

Van Echtens Morgenland. Een oude naam voor de jonge gemeente Hoogeveen. Een naam met een dubbele betekenis. Op 20 december 1625 kocht Roelof van Echten van de boeren in de buurtschappen Steenbergen en Ten Arlo vijfduizend morgen veengebied. Een morgen was toen iets meer dan een hectare.

Voor het afgraven van het veen en het ontsluiten van het gebied stichtte hij als 'projectontwikkelaar-avant-la-lettre' de Compagnie van Vijfduizend Morgen. Na ruim drie eeuwen in 1934 werd de Compagnie opgeheven. Het oude 'morgenland' stond toen als 'land van morgen' aan het begin van een nieuwe ontwikkeling. Een ontwikkeling met nog meer dynamiek dan onder de Van Echtens.

Inhoud

 

Het kruis

Hooch Echten. Nieuw Echten. Dat waren de eerste namen van de nieuwe 'kolonie'. Het werd Echtens Hoogeveen, later afgekort tot Hoogeveen. Verveners, rentmeesters, ambachtslui en winkeliers vestigden zich rond het kruis van waterwegen, dat ontstond aan het eind van de Nieuwe Grift, de latere Hoogeveensche Vaart.

Het Kruis vanaf de Alteveerstraat (voorheen het Sloodsche Opgaande)

Deze waterwegen, de Eerste Wijk, het Oude Opgaande en het Sloodsche Opgaande voerden vanaf dat kruis het veengebied in en dienden voor de afvoer van de turf. Parallel aan het Oude Opgaande groeven arbeiders op een onderlinge afstand van 160 meter niet minder dan 31 wijken. Die afstand was het maximale, wat een arbeider met een kruiwagen vol turf nog doelmatig kon afleggen. De Eerste Wijk is nu de Hoofdstraat van Hoogeveen.

Vanuit het Oude Opgaande werden opgaandes en wijken gegraven naar het oostelijke veencomplex. Hollandse financiers zorgden via de Hollandsche Compagnie voor het nodige kapitaal. Vandaar Hollandscheveld als naam van het grootste buitendorp van de gemeente.

Omgeving Het Kruis voor WOII

Het Sloodsche Opgaande was de verbinding naar het zuiden, waar het dorp Alteveer is ontstaan. Rond Het Kruis staan de oudste huizen van Hoogeveen. Enkele karakteristieke fraai gerestaureerde gevels herinneren aan de tijd van de vervening. Voorbeelden hiervan zijn het 'huis met de duivegaten' (thans een restaurant) en het pand van de Drogisterij.

Van Echtenstraat rond 1900

Na de Tweede Wereldoorlog zijn de kanalen gedempt en ontstond er een imposant kruis van wegen. De oude naam Het Kruis bleef in ere. Enkele oude klapbruggen over de kanalen kregen een nieuwe functie over het water in het Sterrenpark en het Steenbergerpark.

 

Turf en bijen

De turfhoop in het gemeentewapen herinnert aan de energiebron, die enkele eeuwen de dynamiek van Hoogeveen heeft bepaald. Aan weerskanten staan twee bijenkorven met daarboven vliegende bijen. Op de dalgrond, waar de turf was verdwenen, werd boekweit verbouwd. Aan het begin van de zomer zagen honderden hectares rond Hoogeveen wit van de bloeiende boekweit. Omdat er in boekweit veel nectar zit, ontstond er hier massale bijenteelt. In sommige jaren bedroeg de honingproductie in Hoogeveen meer dan tienduizend kilo.

Alteveerstraat rond 1900

Niet in het gemeentewapen verwerkt zijn de scheepvaart en de bosbouw. In het laatste kwart van de vorige eeuw had Hoogeveen de grootste binnenvaartvloot van ons land. Meer dan 700 vaartuigen hadden hun domicilie in Hoogeveen en kozen in de wintermaanden hier ligplaats.

Toen de turf verdween, schakelden veel schippers over van de turf- op de vrachtvaart. Op de dalgrond kwamen ook bossen. Begin deze eeuw bestond het grondgebied van Hoogeveen voor veertig procent uit bos. Het was toen de bosrijkste gemeente van Drenthe. Dank zij deze boscultuur ontstonden er houthandels en leerlooierijen.

 

Landbouw en industrie

Eind vorige eeuw was Hoogeveen als veenkolonie uitgespeeld. Aanverwante bedrijven als scheepswerven, turfstrooiselfabrieken, steenfabrieken en kalkbranderijen verdwenen. Veel veenarbeiders, vooral in de dorpen, schakelden over naar de landbouw. Hoogeveen groeide daardoor tot een agrarisch centrum. Het grote weidegebied met zijn veeteelt zorgde voor een bloeiende veemarkt, die een van de zeven grootste veemarkten van ons land was.

De vele tientallen kleine ambachtsbedrijven vormden samen met de landbouwproductie de kraamkamer van de industrie. In 1896 werd de CoŲperatieve Zuivelfabriek gesticht, nu de Kaasfabriek DOC. In 1924 volgde de blikfabriek Drenthina, die uitgroeide tot een onderdeel van het Thomassen en Drijver-concern. In 1929 kwam de Kennemer Conservenfabriek Lukas Aardenburg. Deze fabriek (later onderdeel van Unilever) was sterk afhankelijk van land- en tuinbouw. In de jaren zestig werkten meer dan 1200 mensen bij Lukas Aardenburg.

 

Snelle groei

De ontwikkeling van Hoogeveen kwam na de Tweede Wereldoorlog in een stormachtige versnelling. IndustrieŽn van formaat zoals Philips, Fokker en Standard Electric vestigden zich hier. Dit was mede mogelijk dankzij de faciliteiten, die Den Haag aan Hoogeveen toekende. De industriestad noemde zich voortaan 'Dynamische kern van Drenthe'.

Grote kerkstraat/raadhuisstraat rond 1965

Door de toevloed van nieuwe werkers in de industrie was Hoogeveen in de jaren zestig de snelst groeiende plaats van ons land. Nieuwe woonwijken verrezen rond het oude centrum, waarvan in 1948 Tuindorp de eerste was. De Verzetsbuurt, de Zeehelden-, de Dichters en de Schildersbuurt volgden.

De demping van de Hoogeveensche Vaart, de levensader van de stad en de kanalen in het centrum waren een revolutionaire ingreep in een eeuwenoud en vertrouwd stramien. Het was een keerpunt in de lokale geschiedenis en leidde naar een nieuwe expansie van Hoogeveen. Door de demping werden ideale verkeersvoorzieningen mogelijk.

 

Stad in stijgwind

In de jaren zestig kwamen de nieuwe woonwijken Zuid, Wolfsbos, Krakeel en Venesluis. Planologen uit die tijd voorspelden dat Hoogeveen een stad met meer dan honderdduziend inwoners zou worden. Hoge gebouwen, waaronder diverse torenflats, moesten die stadsallure van Hoogeveen bevestigen. Aan de overkant van de autoweg A28 verrees De Weide, de grootste stadsuitbreiding tot nu toe. Toen er ook een vliegveld kwam, voor zakenvliegtuigen en recreatievluchten, sprak men van Hoogeveen als 'Stad in stijgwind'.

 

Regiocentrum

Hoogeveen telt nu ruim 52.100 inwoners. Als derde stad van Drenthe is het een regiocentrum voor een gebied met 125.000 mensen. In de jaren negentig staat de stad opnieuw in de steigers. Het centrum onderging een metamorfose met de reconstructie van de Hoofdstraat waar de Cascade nu de aandacht trekt. De Tamboer groeit door nieuwbouw en renovatie uit tot een van de grootste en meest toonaangevende culturele voorzieningen van Noord-Nederland.

Aan weerszijden van de nieuwe Hoogeveense Vaart zijn de nieuwe woonwijken Schutlanden en Erflanden in wording. Aan de Toldijk, langs het Oude Diep (ooit een grens van het Hoogeveens territorium), is de aanleg gaande van het Logistiek Centrum Hoogeveen.

De turf is al lang verstookt. Uit het uitgestrekte veengebied van vroeger is een moderne groene stad gegroeid. Een evolutie in enkele decennia van agrarische gemeente naar dynamische industriekern, naar een stad, waarin het plezierig wonen en werken is. Hoogeveen, van morgenland met perspectief tot Stad van de toekomst!

Tekst: Lammert Huizing, 1998